Op ontdekkingsreis in de eerste klasse

© VoetbalJournaal
Met Max Blankers en Mark de Borst staan er bepaald geen kleine jongens in het centrum van de verdediging van DCV. “Altijd handig een beetje lengte achterin”, zegt De Borst (1 meter 89), die met de Krimpenaren dit seizoen op ontdekkingsreis gaat in de eerste klasse.


 
Zijn eerste seizoen op het Waalplantsoen in Krimpen was allesbehalve saai te noemen. DCV transformeerde tijdens het de competitie van een degradatie- tot promotiekandidaat in de tweede klasse.
 
“Het was inderdaad een heel vreemd seizoen met, gelukkig voor ons, een happy-end”, realiseert De Borst zich. “In de eerste competitiehelft zat zo’n beetje alles tegen wat tegen kon zitten. We verloren veel en halverwege stonden we voorlaatste. Op dat moment ben je niet bezig met promotie naar de eerste klasse.”
 
“Na de winterstop ging het echter lopen. Voor de tweede competitiehelft zijn we op trainingskamp geweest naar Barcelona en daar zijn we als team echt naar elkaar gegroeid. Daarna viel alles op zijn plek. We wonnen vrijwel alles en eindigden in de derde periodetitel bovenaan. We zaten in een flow die we meenamen naar de nacompetitie. Daarin hadden wij eigenlijk niks te verliezen en konden we onbevangen spelen. We speelden eerst tegen SVC’08 en vervolgens tegen Nieuwenhoorn, die móesten promoveren. Dat er bij ons minder druk op stond, speelde zeker een rol bij ons succes.”
 
De prestatiecurve van DCV vertoonde dezelfde lijn als die van hemzelf. Als nieuwkomer had hij aanvankelijk moeite om te wennen aan het hogere niveau. “Bij CKC speelde ik in de derde klasse. In de voorbereiding en het begin van de competitie speelde ik in de basis bij DCV, maar op een gegeven moment belandde ik op de bank. Het tempo en de handelingssnelheid waren hoger, ik moest daar flink aan wennen. Trainer Ronald Klinkenberg verzekerde me dat het goed zou komen. Het vertrouwen en geduld heb ik blijven houden. Voor de winterstop ben ik weer in de basis gekomen.”
 
Met Max Blankers vormt hij de hechte centrale verdediging van de Krimpenaren, die volgens kenner een moeilijk seizoen te wachten staat in de eerste klasse. “We voelen elkaar goed aan”, zegt De Borst over de samenwerking. “We pakken de spits met zijn tweeën op. Bij balbezit proberen we verzorgd op te bouwen, maar als het moet hanteren we de lange bal naar voren. Daar staat Johan van Wageningen, die een sterk aanspeelpunt is.”
 
Hij merkt dat het niveau van de eerste klasse weer hoger ligt. “De voetballer zijn leper. De meeste jongens bij ons hebben nog niet op dit niveau gespeeld. Het is daarom voor alleen een soort ontdekkingsreis, maar ik heb er vertrouwen in dat we ons kunnen handhaven.”
 
Dat vertrouwen heeft hij minder in Sparta, waar hij net als zijn vader een grote liefde voor koestert. “Poeh, lastig”, zegt hij als hij gevraagd wordt of Sparta het dit seizoen gaat redden in de eredivisie. “Er zijn een paar goede spelers weggegaan. De nieuwe spelers zijn nog niet echt een verbetering.”
Vorige Volgende

Bekijk de clubs uit dit bericht:

DCV