De Koning in Waalwijk: “Spelers moeten bereid zijn elke training helemaal naar de klote te gaan”

Met Hans de Koning (58) heeft RKC Waalwijk een trainer aangetrokken die alles heeft meegemaakt in de Jupiler League. Hij begint in Waalwijk aan zijn achtste klus als hoofdcoach, maar blijft onverminderd enthousiast.

De Koning weet het zeker: dit RKC staat te laag op de ranglijst. Hij twijfelde dan ook geen moment toen RKC hem de kans gaf het trainersvak weer op te pakken. “Toen ik de selectie zag, begon het te kriebelen. De basis is gewoon goed genoeg.” De Koning is sowieso blij dat hij weer dagelijks met een groep jonge voetballers bezig kan zijn. Hij zat sinds zijn vertrek bij Go Ahead Eagles, vanaf maart vorig jaar, zonder club. “Leuk hoor, dat je zoveel tijd over hebt om andere dingen te doen, maar laat mij lekker bezig zijn met een groep mensen die ik kan aansturen. Ik miste het echt om ergens naartoe te werken, dat kan ik nu met RKC weer doen.”

De uitdaging die bij een club ligt, is voor De Koning het belangrijkst. Bij RKC Waalwijk is de uitdaging groot, maar de trainer ziet genoeg vlakken waarop zijn ploeg nog stappen kan zetten. “We moeten meer scoren en hebben de spitsen in huis om dat voor elkaar te krijgen. Dat komt er alleen nog niet uit. Daar werken we nu hard aan. Ik geloof heel erg in individuele trainingen, voor de spitsen doet Donny de Groot dat bij ons. Uiteindelijk komen de kwaliteiten van jongens als Johan Voskamp en Roland Bergkamp echt wel bovendrijven. Die hebben in het verleden altijd veel gescoord. Daarnaast hebben we wat jonge jongens rondlopen die nog veel kunnen leren. Dat doe je onderweg, ook door fouten te maken.”

De Koning wil van RKC een hecht team maken, zoals hij dat bij elke club tracht te doen. “Spelers moeten inzien dat ze elkaar nodig hebben, elkaar ook kansen moeten gunnen om verder te komen. Ik wil een team leiden dat elkaar corrigeert, spelers mogen het niet van iemand pikken als hij zit te lanterfanten of vervelen omdat-ie niet speelt.” De Koning probeert zijn spelers door middel van ‘psychologie van de koude grond’ verder te helpen. “Ik wil die jongens echt zien slagen in het voetbal, stappen laten zetten onder mijn hoede. Maar dan moeten ze wel bereid zijn elke dag naar de klote te gaan, iedere training over lijken te gaan om beter te worden. Want als je dat tijdens een training niet doet, kun je het in een wedstrijd ook niet. Dat probeer ik over te brengen.”

De oefenmeester, die nog altijd in Noord-Holland woont, heeft getekend voor een half jaar. “Wat er daarna gebeurt, zien we dan wel weer. Daarom kijk ik niet verder dan de komende maanden. Op dit moment ben ik gewoon hartstikke blij dat ik weer kan doen wat ik leuk vind.”