Je moet het écht willen, drukten moeder Ingeborg en vader John hem op het hart. En dus ging hij er vol voor. Op dit moment heeft waarschijnlijk niemand binnen RKDVC een grotere kans ooit een Olympisch toernooi te spelen dan Robin Schmid, speler van de JO17-5. Nick de Jager maakte een mooi verhaal met het talent uit Drunen.

Stond hij daar, midden op een trainingsveld in Noordwijk. In een trainingsshirt van het Nederlands elftal, tussen de beste voetballers met CP van zijn leeftijd. Hij krijgt wel vaker met grote namen uit het profvoetbal te maken. Maar wie hij die dag trof, was voor een ras-Feyenoorder als Robin wel heel speciaal: Dirk Kuyt! Voor zijn foundation kwam de 104-voudig international een dagje training geven. “Iedereen wilde een foto met hem. Maar niemand durfde het te vragen”, herinnert Robin zich. “Ik dacht: dit is een eenmalige kans. Dus ik trok hem aan zijn polo en nam die foto.”

Robin is al een paar jaar jeugdinternational in het Nederlands elftal voor mensen met CP. CP is een spierzwakte, voortkomend uit een beschadiging in de hersenen. Dat wil zeggen: de beweging die Robin in zijn hoofd bedenkt, duurt iets langer in de uitvoering dan bij een gemiddeld persoon. Toch wilde Robin graag op voetbal, van jongs af aan al zijn passie. “Hij kwam bij RKDVC in het G-team terecht. Het probleem was alleen: er is daar veel diversiteit in handicaps. Sommigen waren veel minder fanatiek dan Robin. Dat botste op een gegeven moment”, legt vader John uit. “Uiteindelijk kwam Peter van Delft, de trainer van het G-team, naar mij toe. Hij vroeg: ‘Zijn jullie wel eens bij de KNVB geweest?’ Die had blijkbaar een speciaal CP-team, dat wisten wij helemaal niet. Toen hebben wij contact gezocht met de bond en zijn we naar een trainingsdag geweest. Ging hartstikke goed, maar hij was nog iets te jong. Een jaar later mocht hij wel komen.”

En dus meldde Robin zichzelf voor de eerste keer op de KNVB Campus in Zeist. Hij vond er lotgenoten, leeftijdsgenoten die dezelfde kwaal hebben als hij. Maar ook met hetzelfde talent: voetbal. “Ik werd heel snel onderdeel van de groep. We zijn allemaal heel gedreven. Het gaat er heel professioneel aan toe”, aldus Robin. Moeder Ingeborg vult aan: “Bij RKDVC kwam Robin tussen wal en schip terecht. Hij paste niet in het hokje ‘normaal’, maar ook niet in het hokje ‘gehandicapt’. Hij viel er tussenin. Bij de KNVB kwam hij met kinderen in een team die hetzelfde hebben. Het is daar niet raar om te vragen: wil je even mijn veters strikken? Het is niet apart als iemand een gehoorapparaat om heeft. De een kan iets wel, de ander niet. Ze zitten in hetzelfde schuitje. Dat schept, naast de passie van het voetbal, een band.”

Het hoogtepunt van zijn nog korte bestaan als speler van het Nederlands elftal? Zonder twijfel de interland als speler van Oranje O14 in 2015 tegen Japan. Het was de enige internationale wedstrijd die Robin tot zover kon spelen, omdat de bond simpelweg niet zoveel budget heeft. Des te meer was het een dag om nooit te vergeten. “Ik begon niet in de basis. Ik zei nog tegen mijn familie: ‘Ik sta wissel, potverdomme’”, zegt Robin, met gevoel voor detail. “Mama zei dat ik het in het veld goed moest maken. Uiteindelijk mocht ik invallen en maakte ik gelijk mijn eerste goal. Van buiten de zestien. En daarna schoot ik nog een keer raak. En nog een keer. Ik maakte een hattrick! We wonnen met 7-0. Het was een hele mooie dag.”

Ondertussen speelt Robin bij RKDVC al een aantal jaar in een regulier team. Na de D2 en de C4 speelt hij dit seizoen in de JO17-5. “Ze verlangen dat vanuit de KNVB. In het reguliere team kan je de meeste groei doormaken”, zegt John, naast fanatiek voetbalvader ook trainer van het team van Robin. Hij legt voor een seizoen altijd even uit wat er met zijn zoon aan de hand is. “Ik vind dat zijn trainers en medespelers dat moeten weten. Dan krijgen ze geen verkeerde indruk en doen ze niets verkeerds met hem. Maar voor de rest is er geen verschil tussen hem en zijn teamgenoten. Als hij zich niet gedraagt of iets niet goed doet, moet hij ook op zijn donder krijgen. Als ik vind dat hij iets beter had kunnen doen, vertel ik hem dat.” Robin: “Vaak nog in de auto, hoor.”