Kristófer Kristinsson: ‘Mijn eerste woordje was fótbolti’

Slagen in de Eredivisie. Dat is de reden waarom Kristófer Ingi Kristinsson en zijn broertje Arnór van IJsland naar Tilburg verkasten. Met z’n tweetjes? Nee, het hele gezin ging mee. Een jaar later spreekt zijn zusje Svava uitstekend Nederlands en heeft Kristófer zijn debuut voor Willem II al gemaakt.

Geheel Huize Kristinsson verruilde het thuisland dus voor Nederland. “Voor ons was het een logische keuze. Ik ben pas 18 jaar en ben er nog niet aan toe om alleen in het buitenland te wonen. Mijn vader kan vanuit huis werken, dus of dat nou in IJsland of Nederland is, het maakt hem weinig uit. Eens per maand vliegt hij voor korte tijd naar IJsland.” Zijn moeder heeft om voor het gezin te kunnen zorgen haar werk wel opgezegd. Broertje Arnór speelt ook bij de Tricolores. “Hij heeft veel talent. Hij zit bij Willem II onder 17 jaar, maar traint al mee met Onder 19.”

Stap voorwaarts
Over het antwoord op de vraag waarom Kristinsson naar Tilburg wilde komen, hoeft hij niet lang na te denken. “Ik wil op het hoogste niveau spelen. Het eerste jaar was moeilijk omdat ik nog geen officiële wedstrijden mochtspelen. Ik kon veel trainingswedstrijden spelen, maar dat is toch anders. In IJsland speelde ik bij een club waar ik als jeugdspeler vaak onderdeel uitmaakte van de A-selectie. Het niveau kun je denk ik vergelijken met dat van de eerste divisie hier. Willem II is dus een flinke stap voorwaarts.”

In de lift
Hoe kwam Willem II bij Kristinsson terecht?“Ik speelde een toernooi met het nationale jeugdteam. Willem II zag me daar een aantal wedstrijden spelen en ik ben dus opgevallen.” Om aan het toernooi deel te mogennemen, moest hij zich in de kijker spelen van de IJslandse voetbalbond. “IJsland is een klein land. Het is niet zo moeilijk om de talenten te vinden, haha.”

Petta reddast
Kristinsson ziet veel verschillen tussen de IJslandse en de Nederlandse cultuur. “Nederlanders zijn in hun communicatie zeer direct. Ze zeggen wat ze denken. In IJsland laten mensen dingen nog weleens in het ongewisse.” Kristinsson heeft het naar zijn zin in Nederland, maar mist soms het IIslandse ‘petta reddast’. “Dat betekent ‘maak je niet druk, het komt allemaal wel goed’.”

Vader is voorbeeld
Zijn vader is zijn grootste voorbeeld. “Mijn vader heeft in IJsland profvoetbal gespeeld. Hij is daar een aantal keer kampioen geworden. Ik praat veel met hem en mijn broertje over voetbal.” Ook bij Wessel Sprangers, keeper bij Jong Willem II, kan hij terecht. “Wessel is een goede vriend van mij. Ik trek veel met hem en Bartek Urbanski op. Het zijn leuke jongens met wie ik het goed kan vinden.”

Fótbolti
Een leven zónder voetbal is voor Kristinsson geen optie. “Ik vind voetbal het mooiste dat er is. Ik was vroeger altijd en overal aan het voetballen. Sterker nog, mijn allereerste woordje was fótbolti.