Ronald Cornet beleeft bij Vreeswijk een jaar van uitersten

Voor Ronald Cornet is het een seizoen van uitersten. De 56-jarige coach van Vreeswijk heeft het in Nieuwegein voortreffelijk naar zijn zin, maar kreeg eind augustus te horen dat één van zijn spelers was overleden op het trainingsveld. Het wegvallen van Shawn Sotong kwam kiezelhard aan in Nieuwegein. Ondertussen geniet Cornet bij Vreeswijk van de kruising tussen een dorpsclub en stadsvereniging, maar strijdt hij met zijn elftal ook tegen degradatie uit de derde klasse.

De datum 30 augustus 2017 staat gegraveerd in het geheugen van Ronald Cornet. Die avond zou hij met Vreeswijk oefenen tegen de zaterdagafdeling van Elinkwijk, maar de Utrechters belden af. Dat kwam Cornet niet eens slecht uit. Hij lag ziek op bed en besloot de training voor die avond dan ook maar te annuleren. Eén van zijn spelers – Shawn Sotong – ging toch met vrienden voetballen bij Vreeswijk. ,,Die avond kreeg ik om half tien een belletje dat Shawn een hartstilstand had gekregen en werd gereanimeerd. Twee andere jongens hielden me constant op de hoogte, maar helaas overleed hij.”

Die klap kwam kiezelhard aan bij Vreeswijk. De emoties liepen als een achtbaan door elkaar. De vader van Sotong moest halsoverkop terugkomen uit Suriname, de selectie van Vreeswijk lag op apegapen. Cornet zat diverse keren met zijn spelers om tafel om het verlies van de pas 20-jarige voetballer een plek te geven. ,,Er waren veel emoties. Eerst kreeg je de begrafenis, daarna was het de eerste bekerwedstrijd na het overlijden van Shawn en niet veel later het eerste competitieduel. De vriendin van Shawn liep bij één van de eerste wedstrijden met het team mee het veld op. We besloten om niet meer met nummer vijf te spelen.”

Cornet had in die tijd veel steun aan Frans Schultz, zijn elftalleider. Ook de wijze waarop Vreeswijk met het verlies van Shawn Sotong omging, gaf hem een warm gevoel. Het is precies die warmte die Cornet zo aanspreekt aan de club, die opereert in de schaduw van de grote Nieuwegeinse voetbalverenigingen Geinoord en JSV. “Vreeswijk is een kruising tussen een dorpsvereniging en een stadsclub. Met het dorpse karakter bedoel ik de gezelligheid en de spontaniteit van de supporters. De druk van het moeten presteren, is er niet. Vreeswijk heeft ook een stadskarakter. Ik heb best een paar mondige jongens in de selectie, maar dat vind ik alleen maar goed. Ik ben iemand die na trainingen of wedstrijden tussen de jongens zit.”

Het is een aanpak die Cornet geen windeieren legde. De Utrechter heeft negen clubs achter zijn naam staan en is het eens met de veelgehoorde kreet dat het trainersambacht een ervaringsvak is. “Op mijn 29ste had ik er nooit aan gedacht om voetbaltrainer te worden. Sinds de cursus ben ik heel erg gegroeid. Je loopt tegen situaties aan die je niet verwacht en neemt dat mee naar volgende clubs. Ik herken dingen sneller in het veld, zodat ik veel directer kan zijn in mijn besluitvorming. Als oud-speler weet ik dat voetballers soms gesprekken nodig hebben. In mijn actieve voetbaltijd twijfelde ik soms of ik wel zo goed kon voetballen. Dan is het prettig als je een trainer hebt die je daarin stimuleert.”

Bij Vreeswijk is Cornet bezig aan zijn tweede seizoen. In de vorige voetbaljaargang handhaafde hij zich na de promotie keurig met Vreeswijk, al plaatst Cornet daar direct een kanttekening bij. “Er zaten ploegen tussen die vroeger niet eens goed genoeg waren voor de zesde klasse.” Dit seizoen draait het stukken minder en is Vreeswijk hekkensluiter. Niet alleen het overlijden van Shawn Sotong is daar de oorzaak van. “Drie belangrijke spelers vertrokken naar buurvereniging Geinoord, onder wie mijn scorende spits Roland Truggelaar. Daarnaast merk ik dat het elftal moeilijker kan omgaan met tegenslagen. Bovendien maken we ook de kansen niet af. Het klinkt misschien gek, maar er zaten wedstrijden tussen waarin we gewoon tien open kansen kregen. Als je er dan maar eentje scoort, of helemaal niet, wordt het lastig wedstrijden te winnen.”

Voor Cornet geen reden om in paniek te raken. Als trainer maakte hij al te veel mee om zich met nog een halve competitie voor de deur grote zorgen te maken. Over zijn eigen ambities is de Utrechter duidelijk. “Al vijf jaar roep ik dat het mijn laatste club en mijn laatste jaar is, maar ik merk dat ik nog veel energie uit het voetbal haal. Het enige voordeel van mijn voortijdige vertrek bij Kampong was, dat ik een halfjaartje bij mijn zoons Don en Gino kon kijken.” Cornet heeft wel de beperking dat hij met zijn TC II-diploma alleen clubs tot en met de tweede klasse onder zijn hoede kan nemen. “Er zijn regelmatig mensen die aan me vragen waarom ik de TC I-cursus niet doe. Dat streelt me, maar het kost veel tijd en je moet stage lopen. Ik zat eens met een aanmeldingsformulier in mijn hand: zal ik het wel of niet doen? Uiteindelijk heb ik ook zonder TC I een mooi rijtje clubs achter mijn naam staan.”