Bij Colijnsplaatse Boys gokken ze op de jeugd

Bij zaterdag-vierdeklasser Colijnsplaatse Boys speelt de jeugd een centrale rol. Om als kleine vereniging bestaansrecht te houden, is het belangrijk dat er steeds meer jeugd bij de club komt. De 55-jarige Arthur Welter is sinds elf jaar in dienst van de club. “Binnen de vereniging heeft dit onze aandacht en we proberen dan ook met diverse evenementen nieuwe leden te werven.“

Welter heeft in het verleden verschillende (jeugd)teams binnen de vereniging getraind en is nu verantwoordelijk voor de JO17. “JO17 is een talentvol- en positief ingesteld team. We hebben de luxe dat we drie trainers voor dit team hebben. Graham Holmes, speler van het eerste elftal geeft ook regelmatig training. Zijn enthousiasme en inzet heeft ervoor gezorgd dat spelers zich goed ontwikkelen. Het is een hecht team, waarbij geen onderscheid wordt gemaakt in het niveau van de spelers.“

Arthur Welter kan een ware clubman genoemd worden en is dan ook blij deel uit te mogen maken van de vereniging. “Colijnsplaatse Boys is een kleine vereniging waar iedereen centraal staat. De club is laagdrempelig en heeft ook echt een functie binnen de gemeenschap en omliggende dorpen. Voor mij zijn dat belangrijke voorwaarden.”

De 55-jarige oefenmeester kan voorlopig terug kijken op een geslaagd seizoen. “Er wordt op een hoog niveau getraind. We zijn in de najaarsreeks kampioen geworden van de vierde klasse en gaan nu een klasse hoger spelen. We hebben het geluk dat we op iedere positie van het elftal wel een speler hebben die het verschil kan maken. Onze kracht is een juiste mix van bepalende en dienende spelers.”

De jeugd is niet alleen belangrijk voor de bestaansrecht van de vereniging, maar zeker ook voor het vlaggenschip. “Ieder jaar breken er spelers door. In potentie zijn er circa vijf spelers die in de toekomst uit kunnen komen voor het eerste elftal. Job Nuijens is het grootste talent van de club. Hij is nog jong en is nu al één van de bepalende spelers bij de JO17. Ook bij de lagere elftallen zie je talentjes rondlopen die wellicht ooit ook deze stap kunnen maken.”