Vaak ligt de focus bij een voetbalclub op de prestaties van het eerste elftal, vooral de buitenwereld kan er geen genoeg van krijgen. Maar binnen een vereniging gebeurt natuurlijk veel meer, vrijwilligers zijn dagen in de weer om de jeugd te trainen, maar vooral te laten genieten van het spelletje. Bij Hansweertse Boys JO-13 zetten Marc Jansen, Indy van der Sluis en Edward Knulst zich in om van alle verschillende jongens een team te maken. En met succes.

Marc Jansen (31) is een typisch voorbeeld van een ‘kind van de club’. Begonnen bij de F-jes, doorgegroeid tot het eerste elftal en inmiddels trainer van de jeugd en het tweede elftal. Toen hij werd benaderd door het jeugdbestuur, hoefde hij niet lang na te denken. “Ik was zelf vroeger een nachtmerrie voor trainers, dus ik wilde het nu eens vanaf de andere kant bekijken.” We zijn inmiddels een half jaar verder, de JO-13 werd tweede in de eerste seizoenshelft en staat in de kwartfinale van de beker. Een seconde spijt van zijn beslissing heeft Jansen dan ook niet, al zijn prestaties niet het belangrijkste. “Plezier staat vooral tijdens trainingen voorop, maar bij wedstrijden moet de knop om. Plezier en prestatie gaan vaak hand in hand. Zonder plezier win je niet en andersom.”

Veelzijdig
De uitdaging waar nagenoeg elke jeugdtrainer mee te maken krijgt, is het onderlinge verschil in niveau. Het team beschikt over 15 spelers en heeft nagenoeg nooit te klagen over de opkomst, dat tekent volgens Jansen de mentaliteit. Een mentaliteit die hij ziet bij al zijn spelers, want juist de betere spelers doen een stapje extra om de mindere jongens te helpen. “Buiten het veld heb je te maken met groepjes vrienden en jongens met een verschillende achtergrond, maar de sfeer is heel goed. Zodra de jongens binnen de lijnen stappen, is het echt een team.”

Waardering
Vanuit de club en de ouders krijgen Jansen en Van der Sluis genoeg complimenten en waardering, naast de klik met de jongens een reden voor Jansen om dit nog lang te blijven doen. Voor de komende seizoenshelft is hij duidelijk. “Kampioen worden en de beker winnen, want die beker is toch wel iets bijzonders.”