©Foto: Kees Bin

MZC’11 werd twee seizoenen geleden nog met speels gemak kampioen van de tweede klasse van het zaterdagvoetbal en promoveerde vol goede verwachtingen naar de eerste klasse. Het avontuur resulteerde echter in een rechtstreekse degradatie.

Volgens sterkhouder Ingmar Quist had de degradatie vooral te maken met de zwakke start. “De eerste overwinning bleef  te lang uit. Dit kwam het vertrouwen en ook ons spel niet ten goede.” Uiteindelijk degradeerde de ploeg uit Zierikzee, na een kleine opleving na de winterstop, als hekkensluiter uit de eerste klasse.

Aanvaller Quist was dan ook realistisch. “Er waren wedstrijden bij dat we meer verdienden, maar we misten net dat beetje geluk.  Daarnaast kregen we te maken met een paar langdurige blessuregevallen. Uiteindelijk kun je niks anders concluderen dan dat we te weinig hebben gebracht in de eerste klasse, en dat de selectie kwalitatief niet goed genoeg was.”

Komend seizoen wordt MZC’11 door velen als één van de titelkandidaten bestempeld. Quist tempert de verwachtingen enigszins. “Met de spelers die zijn vertrokken hebben we behoorlijk wat aan ervaring ingeleverd.  Het elftal is voornamelijk aangevuld met spelers uit de eigen jeugd. We starten dit seizoen dus met een relatief jonge groep en dan is het lastig in te schatten waar we staan. Ik denk dat de top vijf een reële doelstelling is.”

Zelf is de 29-jarige aanvaller geblesseerd aan zijn rug en zal dus voorlopig afwezig zijn. “Het is dezelfde blessure als in mijn periode bij Kloetinge. Ik ben nu dus vooral bezig om weer fit te worden en hopelijk ook te blijven.“

Op termijn wil het bolwerk uit Schouwen-Duiveland wel weer terug naar de eerste klasse. “Ik meen dat de vereniging ondertussen zevenhonderd leden telt. Dat is een behoorlijk aantal en daarmee is het de grootste vereniging van Schouwen-Duiveland. Spelen in de eerste klasse moet haalbaar zijn gezien het aantal jeugdleden en het niveau waarop de jeugd speelt. Ook het tweede elftal heeft zich de laatste jaren goed ontwikkeld en speelt dit seizoen voor het eerst in de reserve hoofdklasse. Dat zijn allemaal positieve ontwikkelingen waardoor er nog steeds groei mogelijk is.”