SPV ’81 – Sportief  1-3

 

Officieel mocht het nog niet eens, maar de nu twintigjarige Rik Vanhijfte maakte al op zijn veertiende zijn debuut in Cadzand 1. Trainer David Almekinders bombardeerde hem dit seizoen zelfs tot aanvoerder.

Het was aan het einde van het seizoen, en zoals je wel vaker ziet is het dan bij clubs krauwen om spelers. Dat was zo’n zes jaar geleden ook het geval bij Cadzand. ,,Dus toen mocht ik mijn debuut al maken”, vertelt Vanhijfte, eerstejaars student Informatica in Breda. Tegenwoordig behoort hij zeker niet meer tot de jongere spelers van de zaterdagvierdeklasser. Op twee man na is iedereen twintig jaar of jonger. Eén van de ouderen is Peter Nieskens, die een verleden heeft bij onder meer Hoek en Terneuzen. Nieskens stond zijn aanvoerdersband onlangs af aan Vanhijfte. ,,Hij heeft mij als het ware opgeleid als captain”, vertelt Vanhijfte. ,,Peter zei dat niet direct, maar daar kwam het wel op neer. Zo nam hij me steeds vaker apart voor een praatje, bijvoorbeeld om een wedstrijd te analyseren. Als het nodig is coach ik hem wel hoor in het veld, al heeft hij dat niet echt nodig.”

Valkuil
Vanhijfte was na eigen zeggen altijd al een prater in het veld. Soms té veel, vindt hij. ,,Dat is mijn valkuil, want dan praat ik mezelf uit de wedstrijd. Soms moet ik minder met de scheidsrechter en medespelers bezig zijn.” De middenvelder soms ook zijn positieve punten op. ,,Overzicht en passing zijn toch wel mijn pluspunten.”

Vorig seizoen kon hij die kwaliteiten niet ten toon spreiden. ,,Toen heb ik de eerste competitiehelft gemist wegens een ingegroeid haartje. Daar stond twee maanden voor, maar het werden er helaas zes.”

De Raayberg
De doelstelling voor dit seizoen is volgens Vanhijfte heel helder. ,,Niet weer als laatste eindigen. Vorig jaar haalden we twaalf punten, terwijl vijftien het doel was. Nu willen we toch graag halverwege het rechterrijtje terechtkomen. Vorig seizoen wonnen we drie keer, waaronder op bezoek bij OFB uit Ooltgensplaat. Het zoet van de overwinning smaakte toch wel heel lekker, zeker nadat we het in De Raayberg konden vieren.”