‘Misschien ben ik wel te ambitieus voor Drechtstreek’

Miguel Munoz (62) is bezig aan zijn derde seizoen bij Drechtstreek. De trainer met Spaanse roots ging in december 2015 aan de slag op sportpark Oostpolder. In zijn eerste seizoen loodste hij Drechtstreek naar de vierde plaats in 3C, vorig seizoen was er het kampioensjaar en nu draait Drechtstreek mee in de middenmoot in de sterke tweede klasse F.

PAPENDRECHT –  In tweeëneenhalf jaar tijd heeft Miguel Munoz zijn stempel gedrukt op Drechtstreek. Hoog tijd om de balans op te maken met de kleurrijke trainer.

Hoe is het met jou persoonlijk?
Miguel Munoz: ,,Met mij gaat het uitstekend. Ik zit goed in m’n vel en voel me nog altijd een jonge god, haha. Ik word komende zomer 63 jaar, maar zo voel ik me niet. Ik zit nog wekelijks op de racefiets en dan trap ik zo’n 120 kilometer weg, soms met gemiddeldes van 40 kilometer. Ik ben een paar jaar geleden aan dat wielrenclubje begonnen met gasten als Johan Versluis, maar die kan mij al lang niet meer bijhouden. Als ik iets doe, dan ga ik er vol voor. Dat heeft altijd in mij gezeten. Als voetballer was ik zo en als trainer ben ik misschien nog wel gepassioneerder, omdat ik altijd zie dat spelers nog veel meer uit zichzelf kunnen halen. Ik ben ervoor om de spelers te stimuleren dat ook te doen.”

Ben je tevreden over dit seizoen?
“Nee, niet echt. We spelen en presteren nog veel te wisselvallig. Vorig seizoen werden we kampioen in de derde klasse na een geweldige tweede seizoenshelft, waarin we na de winterstop elf punten goed maakten op Wieldrecht. Ik had gehoopt dat we die vorm en die beleving vast konden houden, maar in de tweede klasse is dat toch lastig. De bovenste vier, vijf clubs in deze competitie werken met een flink budget voor hun selectie. Daar kunnen en willen wij als Drechtstreek niet in mee, maar dan weet je dus ook dat je dan bent aangewezen op een plek in de middenmoot. Dat is niet erg, maar het betekent wel dat ik als trainer mijn ambities moet bijstellen. Een grijze muis in de middenmoot van de tweede klasse zijn is niet heel leuk of spannend, maar momenteel zit er niet meer in voor Drechtstreek. Hopelijk kunnen we in de toekomst doorgroeien tot een topper in de tweede klasse of misschien zelfs weer terugkeren naar de eerste klasse, maar dan moet de hele club dat ook echt willen. Ik loop nu soms tegen zaken aan waarvan ik merk dat ik ambitieuzer ben dan andere mensen binnen de club. Dat is helemaal geen kritiek, maar een gegeven. Ik heb heel veel ideeën over voetbal, maar dat kan ik niet allemaal zelf uitvoeren. Ik kijk altijd analytisch naar voetbal en heb veel contacten in de voetbalwereld, bijvoorbeeld bij Sevilla en bij clubs in Brazilië. Via de contacten daar krijg ik veel informatie binnen over statistieken en de fysieke gesteldheid van spelers, want bij de profs wordt tegenwoordig alles gemeten.’’

Wat zijn de interessantste bevindingen daaruit?
,,Dat voetbal allang niet meer draait om techniek of tactiek, maar vooral om het fysiek en de conditie van de spelers. Kijk naar gasten als Sergio Ramos of Cristiano Ronaldo, dat zijn echte atleten. Geen grammetje vet, overal spieren, hoog op de benen, grote sprongkracht, snelheid, noem het maar op. Dat vind ik fantastisch om te zien. In mijn tijd hadden de meeste voetballers nog wel een klein buikje, maar dat kan tegenwoordig echt niet meer, hoe goed je ook bent. Daarom wilde ik bij Drechtstreek ook dat iedereen topfit aan dit seizoen zou begonnen. Met onze aanvoerder Damiën Vereecken, die Personal Performance Teacher is, hebben we op dat vlak heel veel kennis en kunde in huis. Het idee was om iedereen zowel fysiek als mentaal topfit te krijgen, maar dat is toch lastiger uit te voeren dan ik had gedacht.

Merk je wel eens weerstand van spelers?
“Ja, natuurlijk merk ik dat wel eens, ik ben niet gek. Het hangt allemaal van de prestaties af. Als je wint geloven de spelers alles wat je zegt, als je verliest gaan ze aan je twijfelen en over je praten. Dat is op ieder niveau zo. Neem nu Pep Guardiola bij Manchester City of Ernesto Valverde bij FC Barcelona. Ze draaien allebei een waanzinnig seizoen in de eigen competitie, maar worden in de kwartfinales van de Champions League verrassend uitgeschakeld. Plots gaan er dan geluiden op dat ze er niets van kunnen. Dat is toch ongelooflijk? Ook ik merk dit seizoen dat spelers minder makkelijk meegaan in mijn ideeën als vorig seizoen, toen we na de winterstop bijna alles wonnen. Of ik daar een voorbeeld van heb? Ja hoor. Ik vind het belangrijk dat spelers de rust aangrijpen als een goede voorbereiding op de tweede helft. Dus een actieve houding, goede suikers naar binnen werken en daarna snel weer naar buiten om je spieren warm te houden. Als we 2-0 voorstaan gaan alle spelers daar in mee, maar als we met 2-0 achterstaan zie ik in de rust plots spelers onderuit gezakt in de kleedkamer zitten met een bekertje water in hun handen. Dan ontplof ik wel eens ja, omdat ik daar niets van begrijp. Je hebt nog een helft om het goed te maken, maar je legt je dan eigenlijk al neer bij een nederlaag. Er wordt wel eens gezegd dat na twee seizoenen mijn houdbaarheidsdatum is bereikt, maar daar geloof ik niet in. Drechtstreek heeft mijn contract ook met twee seizoenen verlengd, daar spreekt vertrouwen en waardering uit. Ik ben hier nog lang niet klaar.’’

Zou je niet liever bij een club op hoger niveau willen werken?
“Natuurlijk, diep in zijn hart wil iedere amateurtrainer dat. Bij een club als Kozakken Boys of als hoofd jeugdopleiding van een mooie profclub zou ik mijn ideeën veel beter kwijt kunnen, maar dat gaat op mijn leeftijd niet meer gebeuren, zo realistisch ben ik wel. Maar ik heb het uitstekend naar mijn zin bij Drechtstreek, een warme en levendige club met heel veel jeugd. De laatste maanden heb ik weer een aantal jonge gasten laten debuteren. Die hebben nu misschien nog niet het vereiste niveau, maar ze kunnen alleen maar aanhaken door hard te trainen en goed te kijken bij het eerste.’’

Hoe belangrijk zijn de twee overwinningen in de derby tegen Papendrecht dit seizoen voor jou als trainer?
“Dat leeft denk ik vooral bij de spelers en supporters. Natuurlijk kan ik ook genieten van de ambiance in die wedstrijden, maar ik zie het liefst dat mijn spelers zich elke week zo kunnen opladen als voor zo’n derby tegen Papendrecht. Als speler zou je voor iedere wedstrijd zo’n mindsetmoeten creëren. Gemakzucht en onderschatting is het grootste probleem van de hedendaagse voetballer. Neem nu onze spits Michael Slingerland. Een wereldgozer en een fantastische spits, maar ook een jongen die niet iedere week het uiterste van zichzelf vraagt. Als hij iedere week het uiterste van zichzelf zou vragen, dan zou hij in de hoofdklasse spelen, want daar heeft hij de kwaliteiten voor. Ik probeer hem daarin wel te stimuleren, maar uiteindelijk moet een speler dat vooral van zichzelf vragen. Ik snap goed dat al mijn spelers vooral voor hun plezier voetballen en daarnaast ook gewoon nog een drukke baan of studie hebben, maar voetbal is in mijn ogen zoveel leuker als je iedere week alles geeft met z’n allen. Dat probeer ik erin te krijgen. De ene week gaat dat beter dan de andere, maar dat hoort ook bij voetbal. Mijn passie zal er in elk geval niet minder op worden, dat idee heeft mijn vrouw ook al uit haar hoofd gezet haha.”