Blijven om verloren terrein terug te veroveren

In de as van het eerste elftal speelt een voetballer die massa genoeg heeft. Het is Damian Janssen, een 23-jarige voetballer die zo zijn voorkeuren heeft in Ridderkerk. Hij speelde bij Rijsoord, ging naar Slikkerveer, keerde terug naar Rijsoord en is inmiddels drie jaar selectielid van Slikkerveer. Pratend over de beide clubs die hij in verschillende fasen van zijn leven doorliep, zegt Janssen: “Ik vind ze allebei mooi.”

Om uiteenlopende redenen wisselde de bij Rijsoord opgegroeide Janssen nogal eens van vereniging. Tot scheve gezichten bij de genoemde clubs leidde die gang van zaken niet. Althans, niet in de beleving van Janssen zelf die zich zowel bij Slikkerveer als Rijsoord welkom voelt. “Vrienden van mij spelen in het eerste van Rijsoord”, weet Janssen. “Soms ga ik kijken en dan heb ik echt niet het idee dat mensen me van het terrein willen afkijken. Maar ik voel me inmiddels wel een echte Slikkerveer-man en heb ook een heel goede verstandhouding met de voorzitter, Joop van Ettinger. Toen ik een paar jaar terug aangaf weer van Rijsoord naar Slikkerveer te willen gaan, verzekerde hij me ervan dat ik niet als een overloper zou worden benaderd.”

De in Ridderkerk opgegroeide Janssen kent het lokale voetbal als zijn broekzak. Hij is ervan op de hoogte dat RVVH doorgaans de sterkste elftallen heeft, maar een warm gevoel bij deze club is volledig afwezig. “Er hangt een sfeer van arrogantie”, stelt Janssen onomwonden. “Ze weten dat ze het beste zijn en gedragen zich daar ook naar. Ik houd daar helemaal niet van. En met de club Bolnes heb ik gewoon helemaal niks. Ik kom er ook nooit, en ook haast nooit meer bij RVVH trouwens.”

Janssen en de zijnen maken met Slikkerveer een behoorlijk moeilijke jaargang door. Op het moment dat dit stuk wordt geschreven, zijn de kansen op lijfsbehoud bedenkelijk te noemen. Een gang naar een andere club ging door de hersenpan van Janssen, maar de echte clubman stond in hem op de afgelopen maanden. “Ik wil niet weggaan bij een degradatie”, zo licht hij toe. “Het is een beetje zwak om de club te verlaten als het slecht gegaan is. Op die manier wil ik geen afscheid nemen. Ik blijf volgend seizoen zeker bij de club en wil dan gelijk weer kampioen worden.”

Janssen typeert zichzelf als een voetballer “van wie het lastig duels winnen is”. Dat laatste heeft veel te maken met de spiermassa die hij de afgelopen jaren opbouwde in de fitnessschool. Zijn gewicht groeide van 78 naar 95 kilo, waardoor tegenstanders vaak het idee hebben tegen een flinke bestelbus aan te knallen wanneer Janssen – hij volgt op het Zadkine College een opleiding tot sportinstructeur – de lijfelijke confrontatie met ze aangaat. “Als verdedigende middenvelder is fysieke kracht erg handig”, licht hij toe. “Het komt zelden voor dat ik van de bal wordt afgezet. Ik merk alleen wel dat ik minder wendbaar ben geworden. Kappen en draaien gaat me moeilijker af dan vroeger, helaas.”