Bert Koomen hervindt plezier bij FC Lisse

Zijn voetbalschoenen waren al bijna onder in een kast verdwenen, toen FC Lisse Bert Koomen overtuigde om toch een vervolg te geven aan zijn carrière. Nu maakt de 20-jarige Sassenheimer namens de tweededivisionist meters op het middenveld. “Ik voel me steeds sterker worden.”

Hij had bij Feyenoord, dat hem als F-je bij Ter Leede ontdekte en wegplukte, nog een contract van één seizoen. Op eigen verzoek werd dat contract ontbonden. “Ik was het plezier in voetbal helemaal kwijt”, zegt Koomen over die stap. “Ik heb in twee seizoenen tien wedstrijden gespeeld. Daar doe je het niet voor.”

Koomen doorliep op Varkenoord, het opleidingscentrum van de landskampioen, alle jeugdelftallen. Op zijn achttiende, na zijn juniorenleeftijd, tekende hij een tweejarig contract als speler van Jong Feyenoord. Een signaal dat de Rotterdammers het in hem zagen zitten. “Het was de bedoeling dat ik verhuurd zou worden om elders ervaring op te doen.” Tot een verhuur kwam in het, tenminste in het eerste seizoen, niet. Door een zware blessure was hij maandenlang uit de roulatie. “We speelden bij NEC uit”, kijkt hij terug op die gewraakte dag. “Ik scheurde mijn kruisband.”

De weg terug was zwaar en lang, toch raakte Koomen weer helemaal fit. FC Den Bosch huurde de speler, maar bij de eerstedivisionist kwam hij weinig aan spelen toe. In stadion De Vliert kwam hij maar tot zes optredens. “Dat was te weinig”, reageert Koomen zonder dat hij daarbij met een beschuldigende vinger naar anderen wijst. “Dat heeft geen zin.”

Nieuwe belangstelling van een eerstedivisieclub bleef vervolgens uit. Dat kan Koomen zelf wel begrijpen. “Een grote naam had ik nog niet, ik was een relatief onbekende speler die net kwam kijken. Dat ik maar tien wedstrijden in twee seizoenen had gespeeld, wekt ook niet meteen interesse op.”

Koomen was bovenal het plezier in voetbal verloren. “Ik had mijn contract bij Feyenoord kunnen uitdienen, maar zo zit ik niet in elkaar. Ik moet er volledig achter staan van wat ik doe. Ik heb nu mijn school weer opgepakt. Via mijn vader, die mensen kent bij de club, kwam FC Lisse in beeld.”

“Ik ging vroeger regelmatig kijken met mijn vader, ik kende de club dus al. FC Lisse is goed te combineren met school en speelt bovendien nog op een zeer aardig niveau. Heel veel minder is de Tweede Divisie niet dan de Jupiler League. Het enige verschil zit ‘m in het aantal trainingen per week. Daardoor zijn de spelers in de eerste divisie fysiek sterker.”

Bij Lisse moest hij knokken om in de basis te komen. “De trainer koos eerst voor de spelers waarmee FC Lisse vorig seizoen was gepromoveerd. Dat was logisch. Ik heb in het begin mijn minuten in het tweede gemaakt en kon van daaruit werken om beter te worden. Ik kwam er steeds dichter tegenaan.”

Als rechtshalf, terwijl Koomen in zijn Feyenoord-tijd vooral als centrumverdediger en rechtsback speelde. “Een mooie, dynamische positie”, zegt hij over zijn plek op het middenveld. “Het ligt me wel. Ik ben sterk en snel. Aanvallend kan ik mijn steentje bijdragen, verdedigend sta ik zeker ook mijn mannetje.”

De Tweede Divisie is voor hem ook op een ander gebied een uitvlucht. De kunstgrasvolle competitie van de eerste divisie blijft hem dit seizoen bespaard. “In de Tweede Divisie spelen veel clubs nog op natuurgras. Dat is veel fijner. Dat nieuwe kunstgras is ook al beter, maar die oude kunstgrasvelden zijn een ramp. Je speelt op een laag beton. Mijn kruisbandblessure, die ik bij NEC opliep, was op kunstgras.”