Bij V.V. Van Nispen klaagt niemand over de opstelling.

Een trainer die er alleen bij wedstrijden is en een opstelling die door twee spelers gemaakt en meegedeeld wordt via de groepsapp. Het hoogste zaterdagelftal van V.V. Van Nispen is een vreemde eend in de standaardcompetitie. “Dit kan heel goed.” Voorzitter Tino de Groot ziet er het voordeel van in. “Je kunt nu op zaterdag én op zondag voetbal op niveau zien bij ons. Wat wil je nog meer?”

Toen een groep voetbalvrienden een kleine twee jaar geleden aanklopte bij de dorpsclub uit De Zilk was niet iedereen even enthousiast. “Er was de nodige scepsis”, geeft De Groot, al 22 jaar voorzitter van V.V. Van Nispen, toe. “Ruud de Klerk en ik hebben de andere bestuursleden moeten overtuigen. Er was een angst dat het team een club in een club zou worden. Niemand kenden die jongens ook. Achteraf gezien heeft het fantastisch uitgepakt. Ze hebben Van Nispen positief op de kaart gezet door kampioen te worden en zijn heel snel geïntegreerd binnen de club.”

”Ik begreep die angst wel hoor”, zegt Sven Hensbergen (26), één van de dragers van het ‘project. “We waren totaal onbekenden.” Toen Hensbergen en zijn zestien voetbalvrienden met hun plan aanklopten, hadden ze al heel wat keren ‘nee’ te horen gekregen. “We hadden er ook voor kunnen kiezen om ergens in een lager elftal te gaan spelen”, reageert de oud-doelman van Noordwijk. “Maar we wilden nog wel op een beetje niveau voetballen. We hebben het geprobeerd bij SJC, maar de club zag het niet zitten. Via trainer Kees Zethof zijn we in contact gekomen met V.V. Van Nispen. Daar waren ze meteen enthousiast.”

Eén van de KNVB-eisen om in het standaardvoetbal te mogen uitkomen is een gediplomeerde trainer. Hensbergen: “Een trainer hadden we eigenlijk niet nodig, omdat we zelf de training doen en ook de wedstrijden zelf regelen. In eerste instantie zijn we eerst zelf op zoek gegaan naar een trainer. Toen we die niet vonden kwam de club aan met Wout Gerrits. Dat ging prima. Achteraf gezien was het geen overbodige luxe dat er iemand bij wedstrijden aanwezig was die een aanspreekpunt is voor een scheidsrechter.”

Meteen in het eerste jaar werd het kampioenschap in de vierde klasse veroverd. “Toen we het seizoen begonnen hadden we een sociaal wisselbeleid”, vervolgt Hensbergen. “Iedereen speelde ongeveer evenveel, terwijl we diverse niveaus in het elftal hadden. Er spelen jongens die in de hoofdklasse hebben gespeeld, maar ook die zes jaar niet hadden gevoetbald. In de winterstop hebben we tijdens een trip in Praag het roer omgegooid. We konden de tweede periodetitel pakken en hebben toen gezegd: we spelen met het sterkste elftal. Toen we eenmaal die periodetitel hadden, hebben we dat maar doorgetrokken.”

Samen met een paar andere spelers overlegt Hensbergen over de opstelling. “Uiteindelijk bepalen Michiel Polman en ik wie er spelen. Vrijdag zet ik de opstelling in de groepsapp. Wie het er niet mee eens is, mag vanaf maandag klagen. De eerste moet nog komen.”

Bij trainingen kan alleen de hoeveelheid spelers lastig zijn. “We moeten altijd een even aantal hebben”, zegt Hensbergen. “Zijn we met twaalf dan spelen we zes tegen zes, zijn we met tien spelen we vijf tegen vijf. Ja, altijd partijtje.”

Net als met de prestaties zit het met de ‘integratie’ binnen V.V. Van Nispen wel goed. “We hebben binnenkort een playbackshow op de club. Drie van onze spelers zitten in de jury. Als dat geen integratie is, dan weet ik het ook niet.”