Marciano Aalders klaar voor Italiaans avontuur

Twee dagen na zijn laatste wedstrijd voor Rijnsburgse Boys tegen Koninklijke HFC stapte Marciano Aalders op het vliegtuig naar Bolzano. De 26-jarige Amsterdammer, opgegroeid in Barneveld, emigreert naar Italië.

Zijn voornaam doet een Italiaanse link vermoeden. “Klopt”, zegt hij, kort voordat hij naar zijn nieuwe vaderland afreist. “Ik heb Italiaanse roots. Mijn ouders – mijn vader is overleden – zijn  allebei Nederlands, maar verder weg is er wel Italiaans bloed.”

De belangrijkste reden om naar het Zuid-Europese land te verkassen is zijn broer Marinio. “Hij woont er al tien jaar en heeft het ontzettend naar zijn zin. Ik ben natuurlijk regelmatig bij hem en zijn gezin op bezoek geweest en op die manier ben ik het land steeds beter gaan leren kennen en waarderen. De zon schijnt bijna altijd, het leven verloopt wat rustiger dan hier.”

“Ik heb natuurlijk wat met het land en ik was ook toe aan iets anders. Niet dat ik in Nederland niet gelukkig ben, maar door mijn scooterongeluk vorig jaar ben ik wat anders tegen bepaalde zaken aan gaan kijken”, vertelt Aalders, die door dat ongeluk in kritieke toestand in het ziekenhuis lag.

“Daardoor ben ik gaan beseffen dat het zomaar over kan zijn en daarom doe ik zoveel mogelijk dingen die ik leuk vind. Dit is er één van. Ik kan me voorstellen dat mensen het zien als een reuzenstap, maar ik heb er een goed gevoel bij. Ik heb er ook echt zin in.”

Aalders emigreert niet alleen, hij maakt ook meteen een loopbaanswitch. Hij gaat wonen en werken in Lazise, een bekende badplaats aan het Gardameer, dat zomers wordt overstroomd door Nederlandse toeristen. “Ik ga werken op de receptie van een vakantiepark. Dat is heel wat anders dan wat ik in Nederland heb gedaan”, zegt de middenvelder, die als accountmanager werkte bij Sharp in Almere, een bedrijf in scan- en printapparatuur.

“Op 1 juni, vier dagen na mijn aankomst in Italië, ben ik al begonnen in mijn nieuwe baan. Het wordt aanpoten, dat is zeker. In het hoogseizoen zal ik veel uren maken.”

Daarnaast gaat hij zaalvoetballen met broer Marinio. “Bij een Serie B-club op ongeveer een uur afstand van Lazise. Zaalvoetballen staat in Italië op een wat hoger niveau dan bij ons. De Serie B is te vergelijken qua niveau met onze Eredivisie”, aldus Aalders, die in het verleden al eens een ‘blauwe maandag’ actief was op het veld in Italië. “In de Serie C, maar dat was geen succes.”

“Het zaalvoetbalseizoen is vrij kort en valt in een periode om de winter, als het werk in het vakantiepark stilligt, te overbruggen. Het overlapt maar een maand. De intensiteit is vergelijkbaar met die bij Rijnsburgse Boys. We trainen drie keer en spelen een wedstrijd.”

Met zijn broer heeft hij voor de toekomst ook andere plannen. “Het is een droom van ons allebei om een eigen vakantiepark te beginnen of een bed en breakfast te runnen. Maar eerst moet ik goed geacclimatiseerd zijn. Het werkt daar toch net iets anders dan in Nederland.”

Hij spreekt al een aardig woordje Italiaans. “De taal gaat me redelijk goed af, maar ik wil het straks wel vloeiend spreken. Dat duurt nog wel even, denk ik.”

Zijn avontuur bij Rijnsburgse Boys blijft door zijn verhuizing naar Italië beperkt tot één seizoen. “Ik had me natuurlijk een ander seizoen voorgesteld. Door het scooterongeluk is de eerste competitiehelft volledig in het water gevallen. Ik heb uiteindelijk toch nog aardig wat wedstrijden gespeeld na mijn revalidatie. Ik heb daardoor het gevoel dat ik heb bijgedragen aan de mooie vijfde plaats van dit seizoen.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*
*