Sander Fakkel streeft naar herkenbaar- en volwassenheid bij v.v. SHO

Een minimum aan spelers van ‘buitenaf’, die behalve een meerwaarde in het veld ook een meerwaarde buiten het veld moeten zijn. V.v. SHO kiest voor de toekomst bewust voor een koers waarbij alle seinen op groen staan voor de eigen jeugd. “Het component ‘vereniging’ heeft de doorslag gegeven”, aldus Xander ’s-Gravendijk, belast met voetbaltechnische zaken.

“Spelers en een elftal kopen is ook een visie”, zegt ’s-Gravendijk. “Maar SHO heeft duidelijk een andere weg ingeslagen. We hangen er qua beleid ook niet een beetje tussenin, want dat zou niet werken. We kiezen hiermee maximaal voor onze jeugd.”

Dit seizoen is nog een overgangsperiode, geeft ’s-Gravendijk aan. “Waarbij wel een eerste stap in de richting is gezet. Met het aantrekken van Sander Fakkel, een jonge, ambitieuze trainer met oog voor talent, heeft de club duidelijk al voorgesorteerd. De volgende stap in het proces is de verwezenlijking van het spelersbeleid.”

Dat betekent dat vanaf komend seizoen minimaal 75 procent van de selectie bestaat uit spelers die door de Oud-Beijerlandse club zelf zijn opgeleiden. “De overige plaatsen worden ingenomen door zogenaamde spelers van buitenaf”, verduidelijkt ’s-Gravendijk.

“Daarbij hanteren wij een aantal criteria. De speler van buitenaf mag de ontwikkeling van een eigen speler niet in de weg zitten en hij moet niet één sterretje, maar zeker twee of drie sterretjes beter zijn dan de rest. Dus echt een meerwaarde zijn voor het elftal. Daarnaast ‘halen’ we alleen spelers voor bepaalde posities. Dan moet je denken aan de ‘negen’, ‘tien’, een buitenspeler of keeper. Een ‘twee’ en ‘vijf’ moeten we zelf kunnen opleiden, vinden we.”

Daarnaast vraagt v.v. SHO aan aangetrokken spelers om betrokkenheid bij de club. “Wedstrijdje spelen en weer weg, dat is niet wat we willen. We verwachten van de spelers dat ze gasttrainingen geven, wedstrijden bij de jeugd fluiten en aan activiteiten meedoen. En last but not least: ze moeten open staan om mee te helpen aan het doorontwikkelen van onze jeugdspelers.”

Om tot een ‘gewogen’ spelersbeleid te komen maakt SHO gebruik van vier spelersprofielen: sterkhouders, dragende spelers, basisspelers en highpotentials. “Daarin zijn we bezig een goede balans te vinden. Volgend seizoen is het doel om in de eerste klasse middenmoter te zijn.”

“We kunnen deze koers kiezen als we ook volle kracht inzetten op de jeugdopleiding. Dat begint al met de jongste jeugd waarin je plezier wilt ontwikkelen en waarbij de aandacht op ‘één worden met de bal’ moet liggen. Ons jeugdapparaat brengt al veel talent voort. Je merkt nu al dat die talenten hun kansen voelen. Toen we net na de winterstop tegen Heinenoord speelden, stonden acht eigen SHO-jongens in de basis. Dat doet iets met de club. De jeugd identificeert zich met die eigen spelers. Ze krijgen training van ze, kennen de gezichten. Op die manier wordt zo’n eerste  elftal omarmd. Ik weet wel: het wordt niet meer zoals vroeger, maar het v.v. SHO van de jaren tachtig en negentig is wel mijn voorbeeld.”

Het vastleggen van Jasper Huisman, nu nog speler van VVGZ, past helemaal in dat straatje. “Een goede speler die in Oud-Beijerland woont. Kwaliteit en betrokkenheid.”