Na deze jaargang nog één seizoen en dan zit het dienstverband van Hans van Venrooij er bij SVS op. Als de nu 69-jarige Capellenaar in de zomer van 2019 afzwaait, is hij maar liefst dertig jaar voorzitter geweest van de Capelse club.

“Het feit dat ik zo lang ben blijven zitten, vind ik zelf geen prestatie op zich, hoor”, reageert Van Venrooij, die in het bestuur van SVS zich in een goed gezelschap bevindt qua langzitters. Ook secretaris André Nijmeijer en penningmeester Rob Wink gaan al een tijdje mee. “We zijn een aardig ingespeeld team”, zegt hij over zijn bestuur.

Van Venrooij meldde zich als vrijwilliger aan bij de start van de club in 1983. “Toen mijn zoon ging voetballen heb ik mij beschikbaar gesteld als leider. Daarna ben ik in de jeugdcommissie gekomen. Toen de club een voorzitter zocht, ben ik dat gaan doen”, somt hij op.

De ‘plichtsgetrouwe’ Van Venrooij trad in 1990 aan als voorzitter. SVS had op dat moment ongeveer vierhonderd leden. “Er kwam in die tijd veel op ons af”, kijkt hij terug. “De start was redelijk dramatisch verlopen. Ik weet nog goed dat de gemeente had uitgerekend dat wij als derde club in Capelle maximaal 168 leden zouden kunnen halen. Nou, in het eerste seizoen hadden we er al tweehonderd.”

SVS had in de negentiger jaren vooral last van groeipijnen. “Ik was toen een andere voorzitter dan nu. Ik trok de lijnen op het veld en maakte ook de boel schoon. De club is nu veel beter georganiseerd, met meer vrijwilligers en een betere takenverdeling. Ik moet ook zeggen: dat wat ik toen deed, zou ik de laatste jaren ook niet meer hebben gekund. Lichamelijk ben ik niet meer je van het. Ik kan gelukkig terugvallen op een goed bestuur en vele vrijwilligers.”

De felheid en scherpte heeft hij behouden en zeker als ‘zijn mensen’ worden aangevallen, komt hij in het verweer. Zoals onlangs bij een anonieme reactie op de clubwebsite bij het bericht dat Wout Ooms ook volgend seizoen trainer zou zijn van de selectie. “Dat mensen kritiek hebben, daar kan ik goed tegen, maar doe dat dan niet anoniem. Dat vind ik zó laf.”

Dat iedereen van zijn reactie kon ‘meegenieten’, doet hem in dat geval niets. “Weet je”, vervolgt hij. “Er zullen altijd mensen zijn in een club die vinden dat je het niet goed doet en dat er, in dit geval, een andere trainer moet komen. Honderden leden betekent ook honderden meningen. Maar wij zijn hartstikke blij met Wout. Hij heeft ons van de vierde naar de tweede klasse gebracht, zonder dat er ook maar één cent aan een speler is betaald. Dat vind ik best een prestatie. En daarnaast is hij een prima vent. Dat is ook wat waard.”

Met achthonderd leden en tweehonderd vrijwilligers ligt er bij SVS, dat al jarenlang een grote vrouwen- en meisjestak heeft, een stevige basis voor de toekomst, beaamt Van Venrooij. ‘”We zijn ook financieel gezond. Er zijn vier nieuwe kleedkamers bijgebouwd en we krijgen straks twee nieuwe kunstgrasvelden. Graag hadden we nog een derde gewild, maar daar wil de gemeente niet aan. Broodnodig hebben we een schuur of ruimte om het materiaal op te slaan. Wensen hou je altijd.”

Tijden veranderen, mensen ook. Leden zijn mondiger geworden. “Je moet meer uitleggen, maar voor de rest valt het reuze mee.”