Met een vrijwel nieuw elftal presteert het tweede elftal van VV Zwaluwen Vlaardingen verrassend goed in de reserve hoofdklasse, het niveau waarop dit seizoen wordt gedebuteerd. Architect achter het succes is trainer Carlo Krznaric. “We hoeven de bal niet, wél de punten.”

Naar eigen zeggen is Krznaric, 31 jaar jong, een betere trainer dan dat hij voetballer was. “Het hoogste wat ik gespeeld heb is met CWO zondag vierde klasse, maar dat mocht geen naam hebben. Ik kwam er snel achter dat ik meer talenten als trainer had”, is hij zelf tot de conclusie gekomen. “Ik haalde uit het training geven ook veel meer plezier.”

Overstap naar VV Zwaluwen
Via CWO kwam hij bij VV Zwaluwen terecht. “Eerst twee jaar de E1, daarna een jaar de B1 en de C1. Vervolgens een jaar met Henri Rutten het tweede en vorig seizoen hoofd jeugd opleidingen bij Zwaluwen.”

In die laatste functie kwam hij al snel tot de ontdekking dat zelf training geven leuker is dan andere trainers wegwijs maken in het vak. “Niet iedereen had dezelfde gedrevenheid, dan is het lastig”, zegt hij. “Ik miste het contact met de jongens, het zelf op het veld staan. Ik ben meer van de praktijk dan dat ik van achter een bureau een visie uitdraag.”

VV Zwaluwen 2
Bij Zwaluwen 2 wachtte Krznaric (‘Ik heb een Kroatische achternaam, mijn opa is Kroatisch, maar ik spreek de taal niet en ben er nog nooit geweest’) een grote uitdaging. “Ze waren net gepromoveerd vanuit de eerste klasse, via de nacompetitie. Er was sprake van een uittocht. Maar vijf spelers van de groep bleven over. Vervolgens ben ik een team gaan formeren. Ik heb er vijf jongens bijgenomen die doorstroomden uit de JO19-1. Daarnaast ben ik goed om me heen gaan kijken. Welke spelers, die elders voetbalden, hadden er ambities?”

Toen Krznaric in september met Zwaluwen 2 aan de competitie begon, had hij geen idee hoe zijn ploeg er verhoudingsgewijs voor stond. “In de eerste vijf wedstrijden pakten we twee punten. Ongerust maakte dat me niet, vooral ook omdat we heel veel kansen kregen. We hadden wat pech in de afronding. Dat bleek ook wel, want van de volgende zeven wedstrijden wonnen we er vijf. En we spelen niet tegen misselijke ploegen, hé. We moeten zeven keer naar de Bollenstreek, Quick Boys 2, FC Lisse 2, Katwijk 2, Rijnsburgse Boys 2, de bekende grote namen.”

Tussen al dat ‘geweld’ kennen Krznaric en Zwaluwen hun plaats. Zijn tactisch brein werkt op volle toeren. “De juiste tactiek uitvogelen, dat vind ik leuk. Bij ons komt het er vooral op neer dat we compact spelen: linies kort op elkaar en ‘klein’ houden. Bij balbezit is de opdracht zo snel mogelijk de ruimte in de rug van de tegenstander te zoeken.”

“Klopt”, zegt Krnaric. “Je zou het countervoetbal kunnen noemen. We horen ook regelmatig in de competitie heel denigrerend van een tegenstander dat ze van een luizenploeg hebben verloren. Daar moet ik wel om lachen. Het interesseert mij geen bal als de tegenstander veel de bal heeft. De punten, die wil ik. Ach, dat balbezit is zó Nederlands.”

Flexibiliteit: een belangrijk wapen
Flexibiliteit is in het concept van Krznaric een belangrijk wapen, beaamt hij. “We kunnen vier of vijf systemen spelen, dat is voor de tegenstander heel verwarrend. Het vraagt van de spelers om veel flexibiliteit, bij trainingen en wedstrijden.”

Meestal krijgt hij twee, drie spelers van de A-selectie. “Dat zijn vaak de jonge spelers, die hebben geen moeite om zich te motiveren, hoor. Een goed draaiend tweede heeft natuurlijk zijn nut voor het eerste. Justin van Mullem was even niet in goeden doen en heeft bij ons aan zijn vertrouwen kunnen werken. Pas geleden maakte hij in Zwaluwen 1 drie doelpunten in één wedstrijd.”

Hoewel zijn team er goed voor staat in de periode, kijkt Krznaric vooral naar onderen in het klassement. “Eerst dertig punten halen en veilig zijn, pas dan kunnen we aan meer gaan denken.”