Het complex van VDL onderging de afgelopen tien jaar een ware metamorfose. Vele manuren werk werd verricht door de leden van de Accommodatiecommissie. “Je kunt gerust spreken van een half aannemingsbedrijf”, zegt ‘voorman’ Ton van Es.

De 68-jarige Van Es moet gniffelen als hij terugdenkt aan het begin van de Accommodatiecommissie. “We hadden helemaal geen materiaal”, zegt hij terwijl hij wijst op een lijstje van spullen die de handige mannen van VDL destijds bezaten. “Eén psu-kast, een Skill boormachine, twee schroevendraaiers, een waterpomptang en een baco. Dat was het. Onlangs werd ons materiaal getaxeerd op 30.000 euro.”

verenigingsadviseur
Van Es werd in 2005 gevraagd om als verenigingsadviseur een nieuw en jong bestuur te helpen. “In eerste instantie ging het om visie en beleid, al snel kwamen we tot de conclusie dat er iets moest gebeuren op het gebied van accommodatie. Er werd niet aan onderhoud gedaan, als er iets kapot ging, werd er aan iemand gevraagd of hij dat kon repareren. Houtje-touwtje was het.”

Van Es ging aan de slag om een ploeg mensen samen te stellen die op structurele basis het VDL-complex konden onderhouden. “In februari 2006 hebben we een eerste bijeenkomst gehouden met Theo Talle, Cor van der Kraan, Dries Verhagen, Jan en Arie Borst en Marius de Bruin. Allemaal hadden ze vakkennis. Ik herinner me nog goed wat Theo zei: Ton, ok, maar we willen géén gezeur over materiaal. Daar zorg jij voor.”

“Vervolgens hebben we een inventarisatie gemaakt van het meest noodzakelijke wat we nodig hadden aan materialen. Het was bij elkaar vijftienhonderd gulden. Dat was best wel veel geld en het bestuur schrok daar ook wel van. Het was meteen een heel gespecialiseerd team dat we handen. Cor van der Kraan had een aannemingsbedrijf, Jan en Arie Borst wisten alles van elektrotechniek. Op elk gebied hadden en hebben we een specialist.”

De eerste grote klus diende zich in augustus 2008 aan. “We hadden hier nog van die duokleedkamers. In die tijd groeide de club flink met ook dames- en meisjesleden. Ik weet nog dat een meisje tegen me zei: ik wil die douche niet delen met de tegenstander. We hebben toen porta cabins overgenomen van Oude Maas, dat tijdelijk in afwachting van een verhuizing ergens anders was gehuisvest. Het opbouwen van die porta cabins hebben we zelf gedaan.”

“We bleven groeien en toen hebben we zelf nog vier nieuwe porta cabins gekocht. Hadden we veertien kleedkamers.” Inmiddels had VDL besloten de organisatie te splitsen in een stichting en vereniging. “De stichting werd eigenaar van de opstallen en de velden en verantwoordelijk voor beheer en exploitatie. De Accommodatiecommissie kwam ook onder de stichting te vallen.”

In 2009 en 2010 kreeg VDL grote problemen met de natuurgrasvelden, waardoor trainingen en wedstrijden moesten worden afgelast. Van Es: “De gemeente was altijd verantwoordelijk voor de aanleg en onderhoud van de velden. Wij hebben toen de afspraak gemaakt dat wij het onderhoud gingen doen. Ook dat werd dus een taak van de Accommodatiecommissie.”

het grootste project
Het grootste karwei moest toen nog komen: een nieuw kleedkamercomplex. “De gemeente wilde van alle buitensportverenigingen in Maassluis de kleedkamers vervangen en hanteerde voor het aantal kleedkamers de KNVB-norm. Als stichting hebben we een plan ingediend voor vervanging van de kleedkamers en renovatie van resterende opstallen. In 2016 is de bouw daarvan gestart.”

“We wilden zelf het nodige doen om de kosten te drukken”, vervolgt Van Es. “Dat zorgde in eerste instantie voor gefronste wenkbrauwen bij aannemers. Die waren dat niet gewend. We hebben gewoon gezegd: het gaat op onze manier, anders niet.”

“Als Accommodatiecommissie hebben we de aannemer ondersteund met fundering, versteviging, staalconstructie, plaatsen buiten- en binnenwanden, elektrawerk, installatie- en schilderwerk. We hadden gerekend op 60.000 manuren werk. Het werden er 120.000. De besparing was enorm.”

In 2017 werd de nieuwbouw opgeleverd, maar daarmee zit het werk van de Accommodatiecommissie er niet op. “Je onderhoud blijft doorgaan”, zegt Van Es. “We zijn als stichting en club verplichtingen aangegaan en dat betekent ook dat je een goed team op poten moet houden. Dat is wel iets wat onze aandacht vergt. Mensen worden ouder, sommige mannen van het eerste uur zijn overleden. En met het optrekken van de pensioenleeftijd zitten vrijwilligers minder in hun tijd. Daar moet je rekening mee houden.”