Homogeniteit houdt Cees Jongerius bij Abbenbroek

Meer dan veertig jaar is hij al onafgebroken grensrechter bij het eerste elftal: Cees Jongerius werd in 1977 tot over zijn oren verliefd op het knusse Abbenbroek en is dat anno 2018 nog steeds. “Hier vind je nog de homogeniteit van weleer.”

Jongerius (60) is er de man niet naar om constant naar vroeger te wijzen. “Dat heeft geen zin, joh. Tijden veranderen, mensen ook. En vroeger was heus niet alles beter”. Toch is er bij Abbenbroek de afgelopen decennia veel hetzelfde gebleven. “Dezelfde gezichten, dezelfde gezelligheid”, vat Jongerius het samen. “We zijn een kleine club. Zes teams. Dan is het makkelijker om die kernwaarden te bewaken”. De technisch tekenaar van beroep begon zelf met voetballen bij SSV. “De Simonshavense Sport Vereniging, de voorloper van SV Simonshaven”, vult hij aan. “Ik heb in de jeugd ook nog twee jaar bij SC Botlek gespeeld.”

Vanwege medische redenen moest hij op doktersadvies stoppen met voetballen. “Ik was achttien jaar, dat was een mokerslag. Ik wilde bij het spelletje betrokken blijven en heb allerlei functies bekleed. Ik ben begonnen als leider van de C4 van Spijkenisse, ben later grensrechter geworden van de A1. Daan van der Meer was trainer. Dat waren vier prachtige jaren. Later heb ik met Arthur Koudstaal nog twee jaar de A2 van SCO’63 getraind.”

Jongerius was inmiddels een succesvolle carrière als scheidsrechter opgestart. Hij schopte het tot Groep I. “Ik was van de lichting Jan Wegereef en Piet Versteeg. Ik heb nog op de nominatie gestaan voor het betaalde voetbal”. In die jaren kwam hij regelmatig bij Abbenbroek. “Om toernooien en vriendschappelijke wedstrijden te fluiten vooral. Op een gegeven moment stond ik – ik was al gestopt als KNVB-scheidsrechter – met een vlag in mijn hand bij het eerste elftal.”

“Ik heb ook een periode het tweede elftal erbij gedaan als grensrechter”, zegt Jongerius. “Daar ben ik mee gestopt, ik fluit nog wel eens in de zoveel tijd een jeugdwedstrijd. Dat doe ik altijd met heel veel plezier.”

“Die gemoedelijke sfeer, de homogeniteit, dat heeft me altijd aangesproken bij Abbenbroek. De club is veranderd, maar op dat gebied ook wéér niet. Dezelfde vrijwilligers lopen nog steeds rond.”

Jongerius, die ook nog verzorger was, maakte sportieve hoogtepunten mee. “Onder trainer Leo Niedorp promoveerden we vanuit de eerste klasse van de Rotterdamse Voetbal Bond naar de vierde klasse van de KNVB. Voor een klein cluppie als Abbenbroek was dat wat, hoor. Een mooi elftal was dat toen met Cor van Amersfoort, Harry Koopman, Sietze van der Meer en Hans Brinkman onder de lat.”

Waar die generatie inmiddels is gestopt en zich in andere functies voor Abbenbroek verdienstelijk maakt – Brinkman is bijvoorbeeld voorzitter – bleef Jongerius op zijn post als grensrechter. “In de regio kennen ze me inmiddels wel”, lacht hij. Hij probeert zijn werk altijd zo goed mogelijk uit te voeren. Aan vals spelen heeft hij een hekel. “Ik ben eerlijk, ja. Die vlag gaat pas omhoog als het ook écht buitenspel is. Dit gezegd hebbende besef ik dat ongetwijfeld niet iedereen het met me eens zal zijn, haha. Er zullen altijd mensen zijn die vinden dat je het niet goed doet.”

Zoals er ook spelers van Abbenbroek zijn die Jongerius soms ‘smeken’ om voor buitenspel of een ingooi te vlaggen. “Ik doe het naar eer en geweten. Ik zou me er niet goed bij voelen als ik de kluit zou belazeren.”