Dubbele beenbreuk heeft enorme impact op Frank Schipper

“Mijn wereld is een stuk kleiner geworden, voor mobiliteit ben ik aangewezen op anderen”, zegt Frank Schipper op de bank van zijn ouderlijke woning in Hoek van Holland. Op de derde speeldag van dit seizoen raakte de middenvelder van Naaldwijk ernstig geblesseerd. Voor zijn herstel en revalidatie staan meer dan een jaar. “Ik wil graag ooit weer voetballen, maar ik plak er geen datum op.”

Hij had net de overstap van HVC’10 naar Naaldwijk gemaakt. In zijn nieuwe omgeving had hij het enorm naar zijn zin. “Ik had, zoverre daar sprake van kon zijn na drie wedstrijden, een vaste plaats op het middenveld. De trainer toonde veel vertrouwen in mij”, vertelt Schipper voor wie het noodlot in de thuiswedstrijd tegen GDA toesloeg.

Tien minuten voor tijd kreeg hij net over de middenlijn de bal aangespeeld. De tackle, die een fractie later werd ingezet door een tegenspeler, zag hij niet aankomen. Dat kon hij ook niet zien, want de sliding kwam van achteren. De schade: behalve ingescheurde enkelbanden, een gebroken enkel en een gebroken kuitbeen.

Hij onderging twee operaties. “Ik heb eerst anderhalve week in het gips gezeten”, vertelt Schipper. “In oktober heb ik mijn eerste operatie gehad. Daarbij zijn er schroeven en platen in mijn kuitbeen aangebracht. Mijn enkel is daarbij ook weer in positie gezet. Eind december zijn de schroeven eruit gehaald.”

Hij doet nuchter zijn relaas, maar constateert tegelijkertijd dat de impact enorm is. Opeens was hij aan huis gekluisterd. “Mijn bed en de bank in de woonkamer ken ik nu wel”, zegt hij. “Je bent in één klap je mobiliteit kwijt. Ik kan nergens alleen heen en moet altijd door anderen gebracht worden.”

De eerste maanden is het devies vooral rusten. “Mijn uitstapjes zijn de wedstrijden van Naaldwijk. Daar ga ik altijd met mijn vader heen. In het begin in een rolstoel, nu op krukken.”

Schipper (25) was net bezig om zijn opleiding Sportmarketing en Management op de Rotterdamse Hogeschool af te ronden toen hij deze dubbele beenbreuk opliep.  “Ik wilde na school meteen gaan solliciteren, maar dat kon niet. Ik moet eerst wachten totdat ik weer een beetje mobiel ben.”

De ‘dader’ van de tackle heeft hem zijn excuses aangeboden. “Ik schiet daar op zich niets mee op, maar ik waardeer wel dat hij dat heeft gedaan.”

Behalve het zichtbare lichamelijke leed en de financiële schade – hij kon lange tijd niet werken –  is er ook het mentale aspect. Een zware blessure, zoals hem is overkomen, doet wat met iemand. “Dat is zeker waar”, bevestigt hij. “Mocht ik weer honderd procent fit worden dan is het nog altijd maar de vraag of ik de angst voor een nieuwe blessure kan wegdrukken. Het blijft toch in je achterhoofd zitten dat er weer iets kan gebeuren. Zo kijk ik er nu naar, misschien is dat over een jaar weer anders.”

Eerst gaat al zijn energie in het volledig beter worden zitten. Hij heeft een lang traject voor de boeg. “De chirurg heeft verteld dat het een jaar tot anderhalf jaar kan duren voordat ik weer helemaal hersteld ben. En dan is het nog maar de vraag of ik op mijn oude niveau kan terugkomen.”

Inmiddels mag hij zijn been iets meer belasten. “Binnenkort ga ik een programma bij de fysio volgen. Wanneer ik weer op het veld sta weet ik niet, wat ik wel weet: ik ga er geen datum op plakken. Toen ik dat aan de chirurg vroeg antwoordde hij dat hij er geen zinnig woord over kon zeggen, dus het heeft voor mij ook geen zin om een deadline te stellen.”

Tot die tijd zal hij de wedstrijden van Naaldwijk 1 als toeschouwer blijven bezoeken. “Ik ben gelukkig maar kort in het ziekenhuis geweest, maar de volgende dag stonden die jongens van Naaldwijk allemaal al in de woonkamer. Zij steunen mij, ik hen bij de wedstrijden.”