Nog geen dertig jaar was hij toen hij voor de eerste keer hoofdtrainer werd van Lyra. Na de zomer gaat Pim van der Hoorn (40) op voor zijn tweede periode als oefenmeester op sportpark De Zweth. Met de nodige bagage op zak. “Als persoon ben ik niet veranderd, als trainer wel.”

Als hij in de spiegel kijkt ziet hij in rijke haardos de eerste grijze haren verschijnen. Ook als trainer is Van der Hoorn ouder én wijzer geworden. “Toen ik destijds als trainer bij Lyra begon, was ik 28, 29 jaar. Ik had mijn TC3- en TC2-diploma gehaald, maar het echte trainer zijn leer je niet uit een boekje”, aldus de Lierenaar, die vanwege een zware knieblessure al op zijn 26ste moest stoppen met voetballen en assistent-trainer werd van toenmalig Lyra-trainer Leo Dekker.

“Trainer zijn is een ervaringsvak”, vervolgt Van der Hoorn. “Bij alle clubs leer je en daardoor ontwikkel je door.” Na tweeënhalf seizoen Lyra was hij werkzaam bij MVV’27 (drie seizoenen), Den Hoorn (één seizoen) en HVC’10 (drie seizoenen). “Ik ben gezegend met de clubs waar ik gewerkt heb”, zegt hij. “Dat ik bij Den Hoorn maar één seizoen ben gebleven had te maken dat de zondag niet te combineren was met mijn gezin. Ik had destijds twee jonge kinderen, anders was ik ook daar zeker een langere periode gebleven.”

Dit seizoen vertolkt hij de rol van hoofd jeugdopleidingen bij Lyra. “Ik heb er bewust voor gekozen om een seizoen geen club te trainen. Ik ben voor mijn werk bezig met een studie die veel tijd kost. Ik ben regelmatig een paar dagen weg en dat is niet te combineren met het hoofdtrainerschap. Lyra kwam op een gegeven moment met de vraag of ik hoofd jeugdopleidingen wilde worden. Ze hadden na het vertrek van Remco Andringa een vacature. Ik heb het gedaan onder de voorwaarde dat het maar voor één seizoen zou zijn.”

Niet dat Van der Hoorn zijn huidige functie ‘minderwaardig’ vindt. “Nee hoor, maar mijn ambities liggen op het veld. Ik zie mezelf best nog wel een keer hoofd jeugdopleidingen worden, maar op latere leeftijd.”

Toen duidelijk werd dat Lyra en huidig trainer Ramon Hageraats aan het einde van het lopende seizoen niet verder met elkaar gingen, vroeg de club Van der Hoorn mee te doen in de ‘sollicitatieprocedure’ voor de nieuwe trainer. Daar had de schoolbestuurder wel oren naar. “Zeker omdat we in de jeugdopleiding iets in gang hebben gezet. Dat wilde ik eigenlijk niet loslaten en door nu trainer van Lyra te worden kan ik die lijn deels bewaken.”

“Remco Andringa heeft de afgelopen jaren heel veel goed werk verzet bij de jeugd. Hij heeft de organisatie structuur en body gegeven. Daarvan profiteren we nu volop en daardoor kunnen we nu ook met de jeugd meer de diepte ingaan. We hebben een voetbalvisie ontwikkeld die we met de trainers nu trainbaar aan het maken zijn.”

Dat is nodig ook, want voor een goede aansluiting met de selectie moet de jeugd hoger gaan spelen, vindt Van der Hoorn. “De meeste selectieteams spelen in de eerste klasse. Dat moet minimaal hoofdklasse worden. In de jeugd weet je dat verbetering met kleine stapjes komt. De groeipotentie is er. Vorig jaar zijn er twee spelers vervroegd doorgestroomd naar de selectie, dit seizoen heeft Bram Wenneker de stap eerder gemaakt.”

Lyra doet nog volop mee om het kampioenschap en is door het winnen van de eerste periodetitel al verzekerd van deelname van de nacompetitie. “Een club als Lyra hoort thuis in de tweede klasse”, meent Van der Hoorn, die het bewust op een ‘afstandje’ aanschouwt. “Ik ga Ramon niet voor de voeten lopen. Ik doe mijn werk als hoofd jeugdopleidingen en ga me niet anders gedragen nu ik weet dat ik volgend seizoen hoofdtrainer ben.”