SC Monster stelt het individu centraal bij jeugdopleiding

Met het aanstellen van Mike Groeneweg (35) als hoofd jeugdopleiding omarmt Sportclub Monster een voetbalvisie waarbij het individu centraal staat. “Wat we vooral niet moeten doen is voetballertjes in een keurslijf proppen.”

Groeneweg is officieel op 1 januari van dit jaar aan de slag gegaan in zijn nieuwe functie, maar hij is al zeventien jaar als jeugdtrainer bij Monster actief. In die periode ontwikkelde hij zijn voetbalvisie. “Door zelf training te geven maar ook door buiten de deur te kijken. Vroeger bezocht ik regelmatig trainingen van Ajax en het Nederlands elftal. Tegenwoordig is heel veel op te zoeken via internet. Ik heb de nodige cursussen gedaan. Een driedaagse Meulensteen-cursus en vorig jaar heb ik een tweedaagse cursus die door oud-NEC-trainer Peter Hyballa werd gegeven gevolgd. Ook dat was fantastisch. Die man is een beetje afgeschilderd als een clown maar weet ontzettend veel over voetbal en trainingen.”

Het toepasbaar maken van oefenstof bij een club als Monster, daar gaat het volgens Groeneweg om. “Eerlijk gezegd heb je dan meer aan die cursussen dan aan een officiële trainersopleiding van de KNVB. Niet dat die niet goed zijn, maar het gaat meer over structuur en opbouw.”

In zijn visie voor Monster gaat Groeneweg ervan uit dat het individu centraal staat. “Het gaat om de voetballer, niet om de trainer. Die is slechts een hulpmiddel en mag ook niet belemmerend werken”, vindt hij. “Wat je vaak ziet in het jeugdvoetbal is dat we dingen bij voetballertjes willen afleren. Dribbelen is mooi voorbeeld. Ik zeg: gewoon laten dribbelen. Hooguit wat bijsturen door te vraag stellen of het misschien niet beter was om de bal eerder af te spelen. Zo’n jongetje moet het zelf gaan bedenken, dat hoeven wij als trainers voor hem niet te doen.”

“Als het individu zich beter ontwikkelt, zal dat ook beter zijn voor het team”, meent Groeneweg.

In de ogen van de Monsternaar hoeft er in het jeugdvoetbal beslist geen ‘realistisch’ voetbal worden gespeeld. “Vraag tien jongetjes wat ze liever willen: aanvallen of verdedigen. Tien zullen zeggen aanvallen. Laat ze lekker, reik als trainer de handvatten aan waarmee ze zich beter kunnen ontwikkelen. Ga ze niet volstoppen met allerlei opdrachten.”

Over het hoe en waarom van zijn gedachtengoed is Groeneweg duidelijk: “Geen speler is hetzelfde.”

Zelf had hij vijftien jaar de D1 (tegenwoordig JO13-1) onder zijn hoede. “Dat was vooral om praktische redenen, omdat ik het trainen en het zelf spelen goed kon combineren. Maar het is wel een cruciale leeftijdsgroep. Voor het eerst op een groot veld.”

Nu is hij verantwoordelijk voor alle selectie- en breedtesportteams. “De meeste aandacht zal uitgaan naar de selectieteams, maar het is ook belangrijk om daaronder onze ogen open te houden. We zijn bezig om een goede interne scouting op te zetten. Anders missen we spelertjes die zich wat later ontwikkelen.”

Een goede jeugdopleiding neerzetten is niet iets van maanden, eerder van jaren, dat beseft Groeneweg ook. “Bij Monster hebben we heus goede jeugdplannen gehad. Dan werd iets in gang gezet, maar zag je iedere trainer na verloop van tijd toch weer zijn eigen gang gaan. Ik ben er om die rode draad te bewaken. De belangrijkste opgave is dat alle trainers hetzelfde gaan doen. Dat wil niet zeggen dat alle trainingen van a tot z vaststaan, maar dat ze wel in hoofdlijnen hetzelfde doel beogen. Uiteraard hoort daar een stukje opleiding van trainers bij.”